Zijn onze kinderboeken net zo multicultureel als de Nederlandse samenleving?

Jorien Stemerdink & Marjolein Gompel

Samenvatting

Het Nederlandse onderwijssysteem is bijzonder ten opzichte van onderwijssystemen in andere landen. Alle Nederlandse inwoners hebben het recht om zelf een school op te richten die in overeenstemming is met de eigen opvattingen. Daarnaast mogen ouders zelf bepalen op welke school hun kind onderwijs gaat volgen. Dit samen heeft tot gevolg dat de samenleving steeds meer gescheiden wordt door onder andere religie, sociaaleconomische status (SES) en etniciteit.
Scholen zijn de oefenplaatsen voor de samenleving. Daarom is het van belang dat er aandacht is voor culturele diversiteit op scholen. Een middel dat hierbij kan helpen is jeugdliteratuur. In dit onderzoek werd gekeken hoe etnische, religieuze en sociaaleconomische diversiteit terugkwam in de huidige Nederlandse jeugdliteratuur die op basisscholen gebruikt wordt. Van de vijftien boeken die bij het onderzoek gelezen werden, bleken dertien boeken etnische diversiteit en vier boeken diversiteit in sociaaleconomische status te vertonen. In geen enkel boek werd er over geloof gesproken. Om de culturele sensitiviteit van kinderen verder te bevorderen, kan de leerkracht de etnische verschillen in de boeken actief bespreken met de klas en een verband leggen met de multiculturele Nederlandse samenleving.

Artikel: 2026-05. Publicatiedatum: 5 januari 2026.

APA: Stemerdink, J., & Gompel, M. (2026). Zijn onze kinderboeken net zo multicultureel als de Nederlandse samenleving? De Onderwijzer, Artikel 26-05. https://deonderwijzer.com/2026-05/

Inleiding

Scholen in Nederland kunnen zich onderscheiden op basis van levensbeschouwing (bijvoorbeeld rooms-katholiek of islamitisch) of pedagogische overtuiging (bijvoorbeeld montessori- of daltononderwijs). Deze scholen vallen onder de categorie ‘bijzonder onderwijs’ (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2023a). Scholen zonder specifieke denominatie worden geschaard onder de categorie ‘openbaar onderwijs’. Momenteel valt 31 procent van de scholen onder ‘openbaar onderwijs’ en de overige 69 procent valt onder ‘bijzonder onderwijs’ (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2023b). Het grootste gedeelte van het Nederlandse onderwijs wordt dus gegeven vanuit een bepaalde overtuiging. Ouders mogen zelf kiezen bij welke school zij hun kind inschrijven. Deze schoolkeuzevrijheid zorgt er echter wel voor dat groepen in de samenleving steeds meer gescheiden oftewel gesegregeerd raken. Segregatie wordt door Massey en Denton (1988) omschreven als de mate waarin twee of meer groepen van elkaar gescheiden leven. Vertaald naar het onderwijs betekent segregatie dus dat leerlingen van verschillende achtergronden niet met elkaar opgroeien, omdat ouders hun kind op de school van hun levensbeschouwelijke of pedagogische keuze kunnen plaatsen.

Nederland is een multiculturele samenleving waarin verschillende geloofsovertuigingen en etniciteiten bestaan (CBS, 2021, 2023). De school waar kinderen onderwijs krijgen zou dé oefenplaats moeten zijn voor actieve deelname aan de maatschappij. Door een te sterke schoolsegregatie bestaat echter wel het gevaar dat kinderen opgroeien in een omgeving met uitsluitend mensen die eenzelfde overtuiging delen, met als mogelijk gevolg dat begrip voor elkaar niet gestimuleerd wordt (Bakker, 2012).

Om kinderen toch goed voor te bereiden op de multiculturele samenleving is het belangrijk dat zij culturele sensitiviteit ontwikkelen. Culturele sensitiviteit of culturele competentie is het hebben van kennis en vaardigheden om optimaal te kunnen reageren op andere mensen in de samenleving (Barerra & Corso, 2002). Voordat deze vaardigheden kunnen ontwikkelen, moeten kinderen eerst leren dat er verschillen bestaan binnen een samenleving. In het dagelijks leven kunnen kinderen dit fysiek tegenkomen, bijvoorbeeld op school, in boeken, bij de sportclub of op straat, maar ook virtueel, bijvoorbeeld op sociale media en televisie.

Een middel dat zou kunnen bijdragen aan de culturele sensitiviteit bij kinderen is jeugdliteratuur, oftewel kinderboeken. Jeugdliteratuur wordt sinds de tweede helft van de twintigste eeuw steeds vaker gezien als een opvoedkundig middel, waarin eigentijdse maatschappelijke problemen zoals abortus, migratie en klimaatverandering worden behandeld (Ghesquière, 2009). Het betreft een brede doelgroep: van peuters tot jongvolwassenen. De verhalen in de jeugdliteratuur kunnen het inlevingsvermogen van kinderen aanwakkeren, waarbij zij zich inleven in personages die een andere (levens- of geloofs)opvatting hebben dan zijzelf (Meelis-Voorma et al., 2012). Doordat er een beroep wordt gedaan op het inlevingsvermogen wordt er mogelijk ook meer bewustwording van de multiculturele samenleving gecreëerd. Daarnaast geven verhalen in jeugdliteratuur informatie over gedragspatronen van verschillende mensen en dieren, waarmee zij ook een maatschappelijk-informatieve functie kunnen hebben, namelijk duidelijk maken vanuit welk perspectief of welke overtuiging mensen bepaald gedrag laten zien.

Portugees onderzoek naar het effect van jeugdliteratuur bij het onderwijzen van de concepten ‘racisme’, ‘multiculturalisme’ en ‘migratie’ wees uit dat deelnemende basisschoolkinderen na de interventie niet alleen de drie concepten beter begrepen, maar dat zij ook zelf een standpunt konden innemen rondom deze thema’s (Balça & Ricardo, 2021). In kwalitatief onderzoek in Korea werd gekeken hoe jeugdliteratuur bijdroeg aan het beeld van vijfjarige kleuters over Afrikanen/Amerikanen met een donkere huidskleur. Voor de interventie hadden de kinderen een relatief stereotype beeld over mensen met een donkere huidskleur, namelijk dat ze allemaal arm zouden zijn. Dit was vooral het gevolg van de media waaraan zij voorheen blootgesteld waren. Na de interventie bleek de waarneming van de kinderen veranderd: geen kind had meer een bevooroordeelde mening over mensen met een donkere huidskleur. Het lezen van multiculturele boeken in de klas zorgde ervoor dat kinderen cultureel sensitiever werden. Zij kregen grip op complexe onderwerpen door zich in te leven in de personages uit de boeken (Kim et al., 2015).

In Nederland is door De Bruin (2005) onderzoek gedaan naar de etnische diversiteit in Nederlandse televisieseries. Hiervoor werden vier frames geformuleerd waartoe televisieseries gerekend konden worden, namelijk het assimilatieframe, het exotische frame, het complexe frame en het discriminatieframe. Het assimilatieframe betrof series waarbij er weinig tot geen aandacht wordt besteed aan verschillen tussen etniciteiten. Tot het exotische frame behoren series die de etnische verschillen juist sterk benadrukken. Tot het discriminatieframe behoren series die net wat verder gaan dan series binnen het exotische frame: personages van minderheidsgroepen worden uitgesloten vanwege hun afkomst. Onder het complexe frame worden series gerekend waarbij de personages relaties hebben met personen met een andere afkomst, waardoor deze personages voortdurend moeten schakelen tussen verschillende culturen. Deze personages spelen dus zelf een actieve rol bij het vormgeven van hun eigen etniciteit.

Niet alleen de inhoud van televisieseries kan op deze wijze bekeken worden, ook literatuur kan met behulp van de vier frames geanalyseerd worden. Voor zover onze kennis reikt, is dat nog niet gebeurd voor de Nederlandse jeugdliteratuur. Wij willen daarom graag antwoord geven op de vraag in welke mate er sprake is van diversiteit in etniciteit, religie en sociaaleconomische status in Nederlandse jeugdliteratuur. Hiermee hopen we na te gaan of jeugdliteratuur een bijdrage kan leveren aan de culturele sensitiviteit van Nederlandse leerlingen in het basisonderwijs.

Methode

Om te beoordelen of culturele verschillen naar voren komen in de Nederlandse jeugdliteratuur, waarmee kinderen leren om optimaal te kunnen reageren op andere mensen in de samenleving (Barerra & Corso, 2002), wordt gekeken naar een aantal aspecten van cultuur, namelijk etniciteit, sociaaleconomische status en religie.

Met etniciteit kunnen groepen onderscheiden worden op basis van gedrag, cultuur, overtuigingen enzovoort (Edwards et al., 2001). De sociaaleconomische status (SES) van een persoon zegt iets over de hoogte van het inkomen en de sociale positie van een persoon (Baker, 2014). SES uit zich in onder andere gezondheid en toegang tot gezondheidszorg, maar ook het hebben van een koophuis en het beschikken over de mogelijkheid tot sporten en het uitoefenen van hobby’s. Met ‘religie’ of ‘geloof’ wordt bedoeld een kracht die een persoon kan motiveren. Er kunnen rituele handelingen worden uitgevoerd om deze kracht te respecteren (Hill et al., 2000).

Om te onderzoeken of en hoe deze culturele verschillen voorkomen in kinderboeken, hebben we vijftien jeugdboeken gelezen en gescoord op culturele kenmerken (etniciteit, religie en SES). Deze boeken komen allemaal uit de startcollectie van NBD Biblion, een bedrijf dat diensten verleent aan basisscholen en bibliotheken voor de aanschaf van boeken (NBD Biblion, z.d.). De volledige startcollectie bestaat uit 500 verhalende en informatieve boeken. Deze startcollectie is opgedeeld in verschillende leeftijdscategorieën. Voor dit onderzoek werden uitsluitend verhalende boeken in de leeftijdscategorie 6-8 jaar geselecteerd.

Er werd besloten om 20 procent van de 74 beschikbare boeken te selecteren. De steekproef uit deze reeks werd willekeurig bepaald. Alle boeken kregen een nummer en met behulp van een randomgenerator werden 15 boeken geselecteerd.

Voor het beoordelen van de boeken hebben we een scoreformulier ontworpen; hiermee konden kenmerken van etniciteit, religie en sociaaleconomische status worden gescoord. Naast informatie over de auteur, titel, jaar van uitgifte en uitgever, werd genoteerd of er kenmerken van etniciteit, SES of religie naar voren kwamen in het verhaal of in de tekeningen. De wijze waarop etniciteit, SES of religie werd gepresenteerd, is met behulp van de door De Bruin (2005) geformuleerde frames gecodeerd.


Tabel 1: Steekproef van vijftien exemplaren uit de startcollectie van NBD Biblion; deze boeken zijn gebruikt voor het onderzoek

Resultaten

Van de vijftien gelezen boeken waren er vijf vertaald naar het Nederlands. Alle boeken zijn uitgebracht in de laatste vijf jaar. Van de vijftien boeken in de steekproef kon één boek (boek 8) niet ingedeeld worden in een frame (Tabel 2). Daarmee bleven er veertien boeken over waarin verschillen voorkwamen op het gebied van etniciteit (dertien boeken) of SES (vier boeken), zodat deze onder een frame geschaald konden worden. In de steekproef zaten geen boeken waarin één of meerdere religies voorkwamen (Tabel 2). Het was van geen enkel personage duidelijk of zij een geloof aanhingen en er kwam geen geloofsovertuiging naar voren in het verhaal of de illustraties. Daarom zullen alleen de verschillen in etniciteit en SES worden toegelicht, en de manier waarop deze in het verhaal of illustraties zichtbaar werden.

Tabel 2: Overzicht van de steekproef en het frame waarin zij ingedeeld kunnen worden


* In de boeken 2 en 12 kwamen kenmerken van zowel het assimilatie- als het exotische frame voor.

Etniciteit

Zoals te zien is in Tabel 2 komt in dertien boeken ten minste één kenmerk van een verschil in etniciteit terug. Van deze boeken zijn er tien in te delen in het assimilatieframe. Dit houdt in dat de verschillen wel aanwezig zijn, maar dat er in het verhaal geen nadruk op wordt gelegd dan wel dat de verschillen worden geminimaliseerd.

Assimilatieframe

In tien boeken zijn etnische verschillen enkel terug te zien in de illustraties. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat één van de (hoofd)personages een getinte of donkere huidskleur heeft (Figuur 1, 2 en 3). In geen van deze boeken is het land van herkomst van (de voorouders van) de personages duidelijk. Ook wordt er geen aandacht besteed aan het verschil in huidskleur of etniciteit. Deze boeken vallen dus binnen het ‘assimilatieframe’. In slechts één boek (Boek 3) wordt duidelijk dat een van de hoofdpersonages woonachtig is in het land van de vakantiebestemming. Dit zou een verschil in etniciteit kunnen aanduiden.
De meerderheid van de schrijvers heeft voor cultureel gevarieerde namen voor de personages gekozen. In negen van de vijftien boeken heeft ten minste één personage een naam die niet oorspronkelijk Nederlands is, zoals Rani, Mira en Raheem (Boek 1), Amba en Samir (Boek 7), en Bishat en Hassan (Boek 14). In geen enkel boek wordt echter expliciet gemaakt dat deze namen uit een andere cultuur afkomstig zijn. Hier worden deze verschillen dus niet verder uitgewerkt, wat erop duidt dat deze boeken een assimilatieframe hanteren.

Figuur 1. Amba met een van de hoofdpersonages

Bron: Bang in het donker? Zwijsen.

Figuur 2. Hoofdpersonage met vrienden

Bron: De jongen die met draken zong. Lemniscaat.

Figuur 3. Hoofdpersonages

Bron: Krabbelheks: Kattebel in de klas. Billy Bones.

Exotische frame

Vijf boeken konden wat etniciteit betrof in het exotische frame geplaatst worden. In Boek 2 wordt gesproken over de ‘Kukulcán’, waarmee de ‘Gevleugelde Slangengod’ uit de cultuur van de Maya’s bedoeld wordt. Deze expliciete verwijzing wijst op een kenmerk van het exotische frame.

De verschillen tussen de twee etnische groepen komen zeer nadrukkelijk naar voren in Boek 4. Hier gaat het over het slavernijverleden in Suriname. De slaafgemaakten zijn afgebeeld met een donkere huidskleur, dragen geen schoenen en dragen schaarse en kapotte kleding, terwijl de plantageboeren en families afgebeeld zijn met een witte huidskleur en kleding die rijkdom uitstraalt (Figuur 6). In dit verhaal komt de ongelijkheid met betrekking tot etniciteit sterk naar voren, en daarom kan het onder het exotische frame geschaard worden.

In Boek 9 komen personages voor met andere uiterlijke kenmerken dan typisch Nederlandse, zoals de sjeik die een kandora (lang gewaad) draagt (Figuur 4). Daarover wordt in het boek gezegd: ‘Een kandora wordt gedragen door mensen in het Midden-Oosten ter bescherming tegen de zon’ (p. 45). Daarnaast worden ook andere exotische kenmerken van het Midden-Oosten besproken: ‘Carel zit op een kameel in het Midden-Oosten’ (p. 8; Figuur 4), ‘In het Midden-Oosten hebben veel vrouwen een sluier voor hun gezicht’ (p. 45), ‘Mannen hebben hier meerdere vrouwen, een harem noemen ze dat’ (p. 95) en ‘Op de verkeersborden […] staan teksten die Sam niet kan lezen, met kronkelige strepen’ (p. 82). Naast deze kenmerken uit het Midden-Oosten werden er ook nadrukkelijk kenmerken van Mexico genoemd: ‘In Mexico spreken ze Spaans, omdat het vroeger onderdeel van Spanje is geweest’ (p. 164-165). Tot slot kwamen er zelfs Duitse woorden en zinnen voor: ‘Ausfahrt’, p. 182; ‘Ein Boot’, p. 182, ‘Segeln’, p. 182; ‘Guten Morgen meine Herren […] auf einen Kaffee herein’ (p. 188).

Figuur 4. De rijke sjeik met een ‘kandora’ en Sam op een quad; Carel op een kameel in het Midden-Oosten

Bron: Snelle Sam: De rijke sjeik. Volt.

In Boek 12 zien we ook nadrukkelijk verschillen in etniciteit. Het hoofdpersonage (Aura) noemt haar IJslandse oma ‘Amma’, wat ‘grootmoeder’ betekent in het IJslands. Dit geeft aan dat Aura een andere etniciteit heeft dan het andere hoofdpersonage Tomas. In dit boek wordt ook stilgestaan bij een verschil met de Mexicaanse cultuur. Tomas bekijkt een foto van Aura met haar grootmoeder: ‘Aura stond er met haar ouders op, in Mexico, voor een huis dat feloranje was geschilderd. Naast hen stond een oude man met een korte baard en een snor’ (p. 271; Figuur 5). Het feloranje huis verwijst naar de typisch kleurrijke cultuur van Mexico.

Figuur 5. Aura op bezoek in Mexico

Bron: De jongen die met draken zong. Lemniscaat.

Tot slot zien we ook in Boek 13 kenmerken van het exotische frame. ‘Prinses Miski’ komt uit Spanje en gebruikt de woorden ‘Para ya’. Dit betekent ‘voor nu’ in het Spaans. Er is hier ook sprake van een verschil in etniciteit door het gebruik van twee verschillende talen.


Sociaaleconomische status

Discriminatieframe

In de steekproef zaten vier boeken waarin een verschil in sociaaleconomische status (SES) naar voren kwam. In Boek 4, over de slavernij in Suriname, komen de verschillen in sociaaleconomische status sterk naar voren. Personen met een lage SES zijn in de meerderheid, maar zij worden zwaar onderdrukt door personages met een hoge SES. De plantageboer meester Jan en zijn familie en slavenhandelaar meneer Lang hebben een hoge SES. Dit blijkt uit het luxeproduct (wijn) dat zij zich kunnen veroorloven (Figuur 6), en de chique kleding die zij dragen. De slaafgemaakten zijn schaars gekleed. Ook valt aan de kapsels van meester Jan en zijn familie te zien dat zij zich een kapper kunnen veroorloven: hun haar zit in model. De kapsels van de slaven zijn in het boek roze afgebeeld en hebben weinig model.
Het verschil in SES komt niet alleen terug in de illustraties, maar ook in het verhaal. De vader van de hoofdpersonages zegt: ‘Wat er op de plantages gebeurt is niet eerlijk. We worden gevangengehouden, werken de hele dag keihard en gaan soms met honger naar bed. Onze kleren zijn zo oud dat er gaten in vallen’ (p. 10) en ‘“Daarmee wil meester Jan ons laten voelen dat alleen hij en zijn gezin belangrijk zijn,” zei papa met een diepe zucht’ (p. 11). Dit toont aan dat meester Jan de slaafgemaakten met een lagere SES én andere etniciteit niet met respect behandelt. De verschillen in etniciteit en SES komen duidelijk naar voren door de wijze waarop de personages spreken. De auteur geeft niet zelf haar mening over de situatie.

Figuur 6. Links een afbeelding van de hoofdpersonages en slaafgemaakten Afi en Kofi; rechts een afbeelding van de rijke plantageboer en zijn familie die een glas wijn nuttigen

Bron: Op de rug van Bigi Kayman. Querido.

Exotische frame

De drie andere boeken waarin verschillen in SES naar voren kwamen, behoren in tegenstelling tot Boek 4 tot het exotische frame. In deze boeken komt het verschil in SES wel naar voren, maar er wordt niet kleinerend over deze personen gesproken. In Boek 9 beoefent het hoofdpersonage Sam de sport ‘karten’. Dit is nogal een dure sport die alleen mensen met een midden- of hoog inkomen zich kunnen veroorloven. Sam en zijn vriend Carel spenderen dan ook veel tijd in de binnenkartbaan van meneer Watermolen. Het boek gaat echter ook over ‘de rijke sjeik’ uit Abu Babu. Deze sjeik vertelt dat hij een buitenkartbaan wil laten bouwen op het stuk grond naast de kartbaan van meneer Watermolen. Meneer Watermolen kan zelf de grond hiervoor niet betalen, maar de rijke sjeik kan dat wel. Hieruit kan afgeleid worden dat de rijke sjeik een hogere SES heeft dan de andere personages in het boek. Iedereen in het boek is daarmee afhankelijk van wat de sjeik met zijn geld gaat doen. Dit geeft de sjeik duidelijk een hogere machtspositie.

In Boek 10, over een fantasieland, komt het verschil in SES ook duidelijk terug. Het ene hoofdpersonage is prinses Super en het andere is burger Max, woonachtig in het land van prinses Super. Enerzijds wordt het verschil in SES afgevlakt doordat Super en Max naar dezelfde school gaan en dezelfde avonturen beleven, en doordat Max later met Super trouwt en dus ook een hoge SES verwerft. Anderzijds vraagt Super aan haar ouders of zij de vader van Max kennen, omdat hij een van hun ‘onderdanen’ is. Dit maakt het verschil in sociale positie in één zin duidelijk.

Ook in Boek 13 komt een verschil in SES naar voren. Prinses Miski uit Peru komt op bezoek bij een prins in het land van Pluk en Pluis. De koninklijke personages hebben een hogere SES dan het gezin van Pluk en Pluis. Pluis denkt over het paleis: ‘Want zoiets heeft hij nog nooit gezien […] zo groot! Zo wit! […] En zo veel hoge torens’ (p. 214). Het boek maakt duidelijk dat de prins en prinses in een uitzonderlijk groot huis wonen, veel groter dan dat van de hoofdpersonages. De verschillen komen niet alleen in de tekst tot uiting, ook de illustraties maken deze zichtbaar. Er wordt overigens wel met respect over de personages met een andere SES gesproken. Dit laat zien dat het verhaal tot het exotische frame behoort.

Diversiteit in fysieke gesteldheid

Hoewel er niet specifiek op gescoord wordt, was deze bevinding te opvallend om onbesproken te laten. In de Boeken 1, 2 en 5 kwamen personages voor met een fysieke beperking. Dit werd niet alleen duidelijk uit de tekst, maar werd ook in de illustraties zichtbaar gemaakt. Raff in Boek 2 (Figuur 7) zit in een rolstoel. Wat dit boek extra bijzonder maakt, is dat Raff op een gegeven moment in een virtuele wereld door een superkracht weer kan lopen. De lezer krijgt een inkijkje in het leven van Raff als hij na jaren ontdekt hoe het is om weer te kunnen lopen. In de Boeken 1 (Figuur 8) en 5 hebben de hoofdpersonages een vriendinnetje dat in een rolstoel zit. In 20 procent van de steekproefboeken was er een (hoofd)personage met een fysieke beperking.

Figuur 7. Hoofdpersonage Raff in een rolstoel

Bron: Game Helden tegen de monsters. Billy Bones.

Figuur 8. Vriendin van het hoofdpersonage in een rolstoel

Bron: De enorm eigenwijze eenhoorn op het strand. Veltman.

Discussie

In elk boek komt ten minste één kenmerk van diversiteit in etniciteit (87 procent) of SES (27 procent) terug. We kunnen in ieder geval concluderen dat de verhalen in de steekproef tekenen van inclusiviteit vertonen. In sommige boeken kwam dit nadrukkelijker naar voren dan in andere. Veelal werd het verschil in etniciteit duidelijk doordat de personages met een verschillende huidskleur werden afgebeeld. Het feit dat in geen van de boeken iets over religie werd gezegd, is opvallend; religie is immers belangrijk in het leven van veel mensen.


Etniciteit en SES in jeugdliteratuur

In 67 procent van de boeken konden de verschillen in etniciteit in het assimilatieframe geplaatst worden. Het verschil in etniciteit komt niet heel nadrukkelijk naar voren, meestal alleen door de gebruikte illustraties. Het assimilatieframe legt geen nadruk op etnische verschillen en zou een uiting kunnen zijn van culturele assimilatie. Dit verwijst naar een socialisatieproces waarbij leden van de minderheidsgroep de cultuur overnemen van de dominante cultuur, waarbij de eigen culturele kenmerken veelal verloren gaan.

In 33 procent van de boeken konden de verschillen in etniciteit juist in het exotische frame ondergebracht worden. Dit frame legt juist wél de nadruk op verschillen in etniciteit. Deze boeken laten zien dat er verschillen bestaan tussen mensen, waarom mensen verschillend zijn en hoe die verschillen tussen mensen in de samenleving eruitzien. Dit frame sluit meer aan bij het verschijnsel van culturele integratie, waarbij leden van een minderheidsgroep zich aanpassen aan de cultuur van de meerderheid, maar met behoud van eigen gewoonten, normen en waarden.

Wat de verschillen in SES betreft bleken deze in drie van de vier gevallen in het exotische frame (fantasieverhalen) te passen. Het betrof dan vooral het verschil in sociale positie (koninklijk of niet). Alleen Boek 4 bleek wat SES aangaat in het discriminatieframe te passen. Dit boek laat duidelijk zien dat slavernij onmenselijk is en de auteur maakt bij monde van de slaafgemaakten duidelijk dat dit een vernederende situatie is.

Het is hoopvol te concluderen dat etnische verschillen terugkomen in vrijwel alle door ons onderzochte boeken. We vragen ons echter wel af of de wijze waarop dit gebeurt, namelijk via het assimilatieframe, kenmerken van minderheidsgroepen in de samenleving voldoende voor het voetlicht brengt. Door verschillen niet te benadrukken lijkt gelijkwaardigheid geborgd te zijn. Anderzijds betekent dit ook dat culturele verschillen nauwelijks aandacht krijgen. We lopen daarmee wel het risico dat kennis over het leven van en begrip voor andere etnische groepen niet bevorderd worden.

Dit geldt feitelijk ook voor de bevindingen ten aanzien van SES. De personages met een hoge en een lage SES waren weliswaar gelijkwaardig aan elkaar, maar het betrof dan toch vooral personages in sprookjesverhalen. In hoeverre kinderen deze situatie generaliseren naar hun eigen situatie valt te bezien. Weten kinderen met een hoge SES hoe kinderen met een lage SES wonen? Weten zij wat het betekent als je ouders nauwelijks voldoende geld hebben? Wij denken niet dat de door ons onderzochte boeken daarbij gaan helpen.

Overigens bleek dat geen van de boeken in de categorie van het ‘complexe frame’ viel. Dit frame behelst personages die relaties hebben met personen met een andere (culturele, etnische) achtergrond, waarbij zij nogal eens heen en weer geslingerd worden tussen verschillende culturen. Deze personages spelen meestal een actieve rol bij het vormgeven van hun eigen etniciteit. Jeugdliteratuur waarin deze aspecten voorkomen, kan wellicht meer bewustzijn van de verschillen bewerkstelligen dan het assimilatie- of het exotische frame.


Wat kan de leerkracht toevoegen?

Leerkrachten hoeven echter niet te wachten tot er boeken verschijnen die expliciet aandacht besteden aan etniciteit, SES en religie. De door ons besproken boeken bieden namelijk een goede basis om het gesprek met leerlingen op gang te brengen. Elk boek biedt aanleiding om te praten over de situatie van de personages en deze naar het hier en nu van de leerlingen in de klas te brengen.
Het kan dan gaan over feiten, zoals Prinses Miski die Spaans spreekt en ‘para ya’ zegt of Sam die een verkeersbord ziet met Arabische tekst erop. De leerkracht kan de geografische achtergrond en de verschillende talen en schriftsystemen van mensen bespreken, en deze betrekken op anderstalige leerlingen en leerlingen met een migratieachtergrond.

Uiteraard kan het ook gaan over verschillende culturele gewoonten. Zo draagt de sjeik een kandora en dragen vrouwen uit andere landen een sluier of een hijab (hoofddoek). Wat is dat precies? Welke kleding dragen mensen en waarom? Ook dit kan aanleiding zijn voor een gesprek. Leerlingen met een islamitische achtergrond kunnen hier dan over vertellen.

Ten slotte, ook de gevoelens van de personages of de situatie waarin deze zich bevinden kunnen aanleiding zijn om te praten over de kijk van de leerlingen op de avonturen van de hoofdfiguren.

Conclusie

Kinderboeken blijken leerzame elementen over culturele verschillen te bevatten. Als onderwijsprofessional of ouder kun je daarom handig gebruikmaken van jeugdliteratuur voor het aanwakkeren van het inlevingsvermogen van kinderen en daarop inspelen door samen boeken te lezen en te bespreken. Hoe jonger kinderen ervaren dat mensen een andere etniciteit, religie of sociaaleconomische status hebben dan zijzelf, hoe makkelijker hun wereldbeeld zal gaan aansluiten bij onze multiculturele samenleving. Het onderwijs kan een goede oefenplaats worden en blijven voor de inmiddels cultureel diverse Nederlandse samenleving.


Naar boven ↑


Referenties

Baker, E. (2014). Socioeconomic status, definition. The Wiley Blackwell Encyclopedia of Health, Illness, Behavior, and Society, 2210–2214. https://doi.org/10.1002/9781118410868.wbehibs395

Bakker, J. (2012). Cultureel-etnische segregatie in het onderwijs: Achtergronden, oorzaken en waarom te bestrijden. Pedagogiek, 32, 104–128. https://www.aup-online.com/content/journals/10.5117/PED2012.2.BAKE

Balça, Â., & Ricardo, C. (2021). Educación para la ciudadanía: recorridos por la literatura infantil. Investigaciones Sobre Lectura, 16, 95–114. https://doi.org/10.24310/isl.vi16.13486

Barrera, I., & Corso, R. M. (2002). Cultural competency as skilled dialogue. Topics in Early Childhood Special Education, 22(2), 103–113. https://doi.org/10.1177/02711214020220020501

CBS. (2021). Welk geloof hangen we aan? – Nederland in cijfers 2021. Geraadpleegd op 28 oktober 2024, van https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2021/welk-geloof-hangen-we-aan/

CBS. (2023). Hoeveel inwoners hebben een herkomst buiten Nederland. Geraadpleegd op 28 oktober 2024, van https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-asiel-migratie-en-integratie/hoeveel-inwoners-hebben-een-herkomst-buiten-nederland

De Bruin, J. (2005). Multicultureel drama? Populair Nederlands televisiedrama, jeugd en etniciteit. Otto Cramwinckel.

Edwards, C. L., Fillingim, R. B., & Keefe, F. J. (2001). Race, ethnicity and pain. PAIN, 94(2), 133–137. https://doi.org/10.1016/S0304-3959(01)00408-0

Ghesquière, R. (2009). Jeugdliteratuur in perspectief. ACCO.

Hill, P. C., Pargament, K. I., Hood, R. W., McCullough, M. E., Swyers, J. P., Larson, D. B., & Zinnbauer, B. J. (2000). Conceptualizing religion and spirituality: Points of commonality, points of departure. Journal for the Theory of Social Behaviour, 30(1), 51–77. https://doi.org/10.1111/1468-5914.00119

Kim, S. J., Wee, S., & Lee, Y. M. (2015). Teaching kindergartners racial diversity through multicultural literature: A case study in a kindergarten classroom in Korea. Early Education and Development, 27(3), 402–420. https://doi.org/10.1080/10409289.2015.1069110

Massey, D. S., & Denton, N. A. (1988). The dimensions of residential segregation. Social Forces, 67(2), 281–315. https://doi.org/10.1093/sf/67.2.281

Meelis-Voorma, T., Moolenaar, P., & Overmeijer, H. (2012). Jeugdliteratuur voor de beroepspraktijk. Noordhoff.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2023a). Openbaar en bijzonder onderwijs. Rijksoverheid.nl. Geraadpleegd op 28 oktober 2024, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vrijheid-van-onderwijs/openbaar-en-bijzonder-onderwijs

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2023b). Aantal scholen in het primair onderwijs. Rijksoverheid.nl. Geraadpleegd op 28 oktober 2024, van https://www.ocwincijfers.nl/sectoren/primair-onderwijs/instellingen/aantal-scholen-in-het-primair-onderwijs

NBD Biblion. (z.d.). StartCollectie Primair Onderwijs | NBD Biblion. Geraadpleegd op 28 oktober 2024, van https://shop.nbdbiblion.nl/startcollectie-primair-onderwijs